Kennisbank
Opzegtermijnen in Nederland: wat mag een aanbieder vragen
Na de eerste looptijd mag een aanbieder in Nederland hooguit één maand opzegtermijn vragen voor een abonnement dat stilzwijgend doorloopt.
Door SALDICA · · 5 min lezen
Na de eerste looptijd van een abonnement mag een aanbieder in Nederland van een consument hooguit één maand opzegtermijn vragen. Dat is geregeld in de Wet Van Dam, die sinds 2011 geldt: een abonnement dat na de afgesproken periode stilzwijgend doorloopt, kun je op elk moment opzeggen, en opzeggen moet op dezelfde manier kunnen als je het bent aangegaan. Tijdens de eerste looptijd, bijvoorbeeld een jaarcontract, zit je in de regel wel aan de afspraak vast. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies.
Wat is een opzegtermijn precies?
De opzegtermijn is de tijd tussen het moment waarop je opzegging bij de aanbieder binnenkomt en het moment waarop het abonnement daadwerkelijk stopt. Een opzegtermijn van een maand betekent dus dat je nog een maand betaalt nadat je hebt opgezegd. De termijn begint te lopen bij ontvangst, niet bij verzending.
Iets anders is de looptijd: de periode waarvoor je het abonnement in eerste instantie hebt afgesloten. Een looptijd van een jaar met een opzegtermijn van een maand betekent dat je uiterlijk een maand voor het einde van dat jaar moet opzeggen om niet in een volgende periode terecht te komen. Wat er na die eerste periode gebeurt, is precies waar de wet over gaat.
Wat regelt de Wet Van Dam?
De Wet Van Dam beperkt de stilzwijgende verlenging van consumentenabonnementen. De kern in drie punten:
- Na de eerste looptijd mag een abonnement stilzwijgend alleen nog voor onbepaalde tijd doorlopen, niet opnieuw voor een vaste periode.
- Zo'n doorlopend abonnement kun je op elk moment opzeggen, met een opzegtermijn van ten hoogste één maand.
- Opzeggen moet kunnen op dezelfde manier als je het abonnement bent aangegaan. Heb je online afgesloten, dan moet je online kunnen opzeggen.
Een aanbieder die in de voorwaarden een langere termijn zet, of eist dat je per aangetekende brief opzegt terwijl je online bent begonnen, kan zich daar tegenover een consument niet op beroepen. De voorwaarden gaan niet boven de wet.
Geldt dat voor alle abonnementen?
Nee. De wet geldt voor consumenten, niet voor bedrijven; een abonnement op naam van je eenmanszaak valt erbuiten. Ze gaat over stilzwijgende verlenging, dus over wat er gebeurt nadat de eerste periode voorbij is. Voor die eerste periode blijft gelden wat je hebt afgesproken: een sportschoolabonnement voor een jaar kun je niet na drie maanden met een maand opzegtermijn beëindigen, tenzij de aanbieder dat zelf toestaat.
Voor kranten en tijdschriften gelden aparte, iets ruimere regels voor verlenging. En in sommige sectoren bestaan eigen regels naast het algemene consumentenrecht.
Hoe zit het met energie, telecom en verzekeringen?
Deze drie zijn de grootste vaste lasten na wonen, en ze wijken elk een beetje af.
- Energie. Een contract met een variabel tarief kun je met een korte opzegtermijn beëindigen. Bij een contract met een vaste looptijd en een vaste prijs mag de leverancier een opzegvergoeding rekenen als je eerder vertrekt. Een nieuwe leverancier regelt de opzegging bij de oude meestal voor je.
- Telecom. Internet, televisie en mobiel hebben vaak een eerste looptijd. Daarna loopt het contract door en kun je met een maand opzegtermijn weg. Wijzigt de aanbieder de voorwaarden in jouw nadeel, dan moet je de kans krijgen om op te zeggen.
- Verzekeringen. De zorgverzekering wissel je in de regel alleen per jaarwisseling. Andere verzekeringen, zoals een inboedel- of autoverzekering, zijn na het eerste jaar meestal dagelijks opzegbaar met een maand opzegtermijn; dat is een afspraak binnen de branche, geen wettelijke verplichting.
Twijfel je, dan is ConsuWijzer, het consumentenloket van de Autoriteit Consument en Markt, de plek waar de regels per sector uitgelegd staan.
Hoe zeg je op zodat het geldt?
- Zeg op via dezelfde weg als waarlangs je het abonnement hebt afgesloten, of via een andere weg die de aanbieder aanbiedt.
- Noem je naam, adres, klantnummer en de datum waarop je wilt dat het abonnement stopt.
- Vraag om een bevestiging en bewaar die. Zonder bevestiging heb je bij een geschil weinig in handen.
- Stop de automatische incasso pas nadat de laatste termijn is afgeschreven; eerder stoppen maakt de opzegging niet ongeldig, maar levert wel aanmaningen op.
Een aangetekende brief is niet verplicht, maar wel het makkelijkste bewijs als een aanbieder later zegt niets te hebben ontvangen. SALDICA toont per abonnement de opzegtermijn en heeft een bibliotheek met voorbeeldbrieven; een opzegging versturen vanuit SALDICA is in voorbereiding en nog niet beschikbaar.
Wat als een aanbieder toch een langere termijn vraagt?
Wijs schriftelijk op de wet en houd vast aan een maand. Blijft de aanbieder afschrijven na het einde van de opzegtermijn, dan kun je de incasso bij je bank laten terugboeken en de aanbieder laten weten dat er geen grondslag meer is. Kom je er samen niet uit, dan is er in veel sectoren een geschillencommissie waar je als consument terecht kunt, en kun je een melding doen bij ConsuWijzer.
Wat is niet geregeld?
Een paar dingen worden vaak aangenomen, maar staan niet in de wet. Verhuizen geeft geen algemeen recht om een contract tussentijds op te zeggen; sommige aanbieders staan het toe, en bij een dienst die op je nieuwe adres niet geleverd kan worden ligt het anders. Een eenmalige aankoop met een lange betaaltermijn is geen abonnement. En een abonnement dat je al maanden niet gebruikt, loopt door tot je het opzegt.